Hier begin ik aan mijn verhaal.

Hoe het begon
Vaak krijg ik de vraag; ‘Hoe ben je als Nederlandse terecht gekomen bij de Hongaarse zigeunermuziek?’

Ik ben namelijk opgegroeid in een vissersdorpje langs het IJsselmeer.
Soms vraag ik me ook af hoe het gekomen is, dat ik me dagelijks bezighoud met deze muziek met een enorme rijkdom aan repertoire en geschiedenis. Mijn grootvader draaide platen ervan, misschien is daar iets ontsproten. Maar vooral doet het me denken aan de geluiden van mijn kindertijd. Bomen, gras, vogels, wind, boten, koeien en het geklots van het water tussen de stenen en het riet van de dijk.

Duo
Hoewel Bandi Váradi en ik elkaars taal nauwelijks verstaan, hoor ik in zijn spel op de cymbaal al die geluiden weer terug.
Hij groeide op in Hongarije en leerde van kleins af aan deze muziek. in Hongarije is over alles een lied, tot het tuinhekje aan toe.

Hier een filmimpressie van ons optreden in de Waalse kerk:

De Altviool
De rol van de altviool in de Hongaarse zigeunermuziek heeft mij geboeid sinds ik een opname van ‘Kacsesz’ hoorde. Ik was geïntrigeerd: wat doet hij nou eigenlijk? Het was een opname waar hij een taragot begeleidt. Zoiets had ik nog nooit gehoord.

De rol is veelzijdig. Een langzaam lied kan begeleid worden met liggende noten, een csardas met zoevende dubbelgrepen, een düwö met een portato-achtige streek en een estam (oftewel: hoempa) met een soort gitaarslag op de after-beat. Enzovoort. Alles ingevuld naar de smaak van de speler.Heel geweldig en boeiend om mee bezig te zijn.

Met de rol van solist is door altviolisten nog weinig gepionierd. Het leuke hiervan is dat het een soort onontgonnen gebied is waar je als altviolist zelf je bomen in kunt planten.
De altviool is heel geschikt voor de vaak romantische en melancholische melodiën. Het bereik ervan ligt in het bereik van de menselijke stem. Toki Horvath bijvoorbeeld, heeft ons een paar ongeëvenaarde liederen op de altviool nagelaten. Kacsesz speelde veel samen met Choka, en het is jammer dat daar zo weinig van is opgenomen.

Verder laat ik me graag inspireren door zowel violisten als cellisten en Bandi Váradi voegt er zijn ‘magic’ met zijn cymbaal aan toe. We hebben ook samen een cd opgenomen, getiteld: ‘Az út – de Weg’.
Het doel is niet belangrijk, maar de weg….

Een filmimpressie van ons optreden in de Singelkerk in Amsterdam, gemaakt door Wolfgang Maiwald.

Kwartet
Als Tomy, Gyuszi en Bandi nog in Boedapest zouden wonen was ik misschien daarheen verhuisd om mijn geliefde muziek te spelen. Gelukkig wonen zij hier in Nederland en spelen we als Váradi Gipsy Band in de traditionele bezetting van viool, altviool, contrabas en cymbaal al meer dan tien jaar een eigen repertoire binnen de Hongaarse zigeunermuziek. Vóór het tijdperk van het internet bouwden families hun eigen repertoire op. Het repertoire van de Váradi famillie bevat verborgen schatten die op het oor zijn overgeleverd van de ene generatie naar de volgende.

Nergens in Nederland kun je Hongaarse zigeunermuziek studeren. Op het conservatorium in Rotterdam bij wereldmuziek kun je jazz, flamenco, tango, Turkse muziek en Indiase muziek studeren. Maar geen Hongaarse muziek, terwijl er altijd banden zijn geweest met Nederland.
De muziek is heel rijk en interessant om te leren, en er zijn veel liefhebbers die er graag meer over zouden weten. Maar om sporadisch hier of in Boedapest les te hebben is nogal karig om tot de diepere lagen ervan door te dringen.

Tomy en Gyuszi zijn naast violist en bassist allebei ook uitstekende altviolisten en ze hebben dan ook veel te vertellen hoe de altviool mooi past tussen de hoge en de lage partij.
Toen Bandi nog in Boedapest woonde hebben we veel met z’n drieën gespeeld. Bandi kwam toen alleen over voor optredens en het is fantastisch dat hij nu ook hier in Nederland woont en we met z’n vieren kunnen spelen. Ook kan ik zo fijn pionieren met de altviool als soloinstrument.

Gyuszi, Bandi, Laui, Tomy

Diploma
Op het laatste concert van onze tournee ‘Boedapest Boulevard 2011’ kreeg ik deze diploma overhandigd. Toevallig was het in dezelfde zaal waar ik mijn eindexamen van het conservatorium had gedaan. Eenmaal thuis heb ik de details van de diploma nog eens goed bekeken en ik moest er erg om lachen en vond het leuk dat ze de moeite genomen hadden voor deze grap.

Op de foto erachter sta ik met het orkest van Lajos Sarközy (helemaal rechts) in het restaurant ‘Karpatia’ in Boedapest. Zijn zoon, ook Lajos Sarközy (links) is inmiddels een eigen orkest begonnen en geldt als een fantastisch talent. Ik houd van de traditionele stijl van de vader en de veelzijdigheid van de zoon.

j

Waar het vandaan komt
Als ik de vraag krijg; ‘Hoe ben je bij de Hongaarse zigeunermuziek terecht gekomen?’ besef ik me ook dat ik er zo vanzelfsprekend mee bezig ben dat ik me soms ook afvraag: ‘Hè, ik ben muzikant geworden, wanneer is dat gebeurd?’

Ik had het al over mijn grootvader die vroeger platen draaide van bijvoorbeeld Sandor Lakatos. Ook mijn moeder, zelf een uitstekende amateurcellist, hield veel van deze muziek. Als er een cymbaal aan te pas kwam was ze meteen van de partij.
Op de foto hierboven (heel lang geleden) zitten we in het restaurant van Nikos waar toen vaak Hongaarse muziek gespeeld werd.

Daar ontmoette ik de violist Jan Kalkman, en ik vroeg hem wat voor muziek ze speelden, want ik was als die hond uit een reclame; mijn oren floepten omhoog, ik vond het meteen prachtig.
Een tijd ging ik iedere week bij Jan eten en dan nam ik een bandje op van zijn platen. We speelden dan ook wat, soms kwam Constant meedoen op het cymbaal dat Jan had staan of op gitaar. Ik had toen geen idee dat Constant een bekende kunstenaar was. Voor mij was hij die aardige man met een hondje. Jan gaf ook feesten waar gespeeld werd en daar hoorde ik Pali Bura, en ik wist niet wat ik hoorde.
Maar het meeste indruk op mij maakte de plaat van Magyari Imre die hij draaide op zijn opwindgrammofoon. Door de grote toeter leek het net of hij in de kamer stond.
Jan is helaas overleden maar ik ben er onlangs achter gekomen waar de grammofoon nu is. Ik ben blij dat er goed op gepast wordt en ik hoop nog eens zo’n plaat daarop te horen.

Conservatorium
Het werd me duidelijk dat ik deze muziek ook wilde spelen en einde van dit liedje, of misschien het begin, was dat ik op mijn eindexamen van het conservatorium ook Hongaarse zigeunermuziek speelde. Op de foto hieronder zit mijn moeder vooraan met haar vriendin en daarachter mijn tante Connie en naast haar de bouwer van mijn altviool, Bert Houniet. Op de bas Sanne van Delft.