Hier begin ik aan mijn verhaal.

Hoe het begon
Vaak krijg ik de vraag; ‘Hoe ben je als Nederlandse terecht gekomen bij de Hongaarse zigeunermuziek?’

Ik ben namelijk opgegroeid in een vissersdorpje langs het IJsselmeer.
Soms vraag ik me ook af hoe het gekomen is, dat ik me dagelijks bezighoud met deze muziek met een enorme rijkdom aan repertoire en geschiedenis. Mijn grootvader draaide platen ervan, misschien is daar iets ontsproten. Maar vooral doet het me denken aan de geluiden van mijn kindertijd. Bomen, gras, vogels, wind, boten, koeien en het geklots van het water tussen de stenen en het riet van de dijk.

Duo
Hoewel Bandi Váradi en ik elkaars taal nauwelijks verstaan, hoor ik in zijn spel op de cymbaal al die geluiden weer terug.
Hij groeide op in Hongarije en leerde van kleins af aan deze muziek. in Hongarije is over alles een lied, tot het tuinhekje aan toe.

foto: Alexander Rulkens

Hier een filmimpressie van ons optreden in de Waalse kerk

De Altviool
De rol van de altviool in de Hongaarse zigeunermuziek heeft mij geboeid sinds ik een opname van ‘Kacsesz’ hoorde. Ik was geïntrigeerd: wat doet hij nou eigenlijk? Het was een opname waar hij een taragot begeleidt. Zoiets had ik nog nooit gehoord.

De rol is veelzijdig. Een langzaam lied kan begeleid worden met liggende noten, een csardas met zoevende dubbelgrepen, een düwö met een portato-achtige streek en een estam (oftewel: hoempa) met een soort gitaarslag op de after-beat. Enzovoort. Alles ingevuld naar de smaak van de speler.Heel geweldig en boeiend om mee bezig te zijn.

Met de rol van solist is door altviolisten nog weinig gepionierd. Het leuke hiervan is dat het een soort onontgonnen gebied is waar je als altviolist zelf je bomen in kunt planten.
De altviool is heel geschikt voor de vaak romantische en melancholische melodiën. Het bereik ervan ligt in het bereik van de menselijke stem. Toki Horvath bijvoorbeeld, heeft ons een paar ongeëvenaarde liederen op de altviool nagelaten. Kacsesz speelde veel samen met Choka, en het is jammer dat daar zo weinig van is opgenomen.

Verder laat ik me graag inspireren door zowel violisten als cellisten en Bandi Váradi voegt er zijn ‘magic’ met zijn cymbaal aan toe. We hebben ook samen een cd opgenomen, getiteld: ‘Az út – de Weg’.
Het doel is niet belangrijk, maar de weg….

Een filmimpressie van ons optreden in de Singelkerk in Amsterdam, gemaakt door Wolfgang Maiwald.

Kwartet
Als Tomy, Gyuszi en Bandi nog in Boedapest zouden wonen was ik misschien daarheen verhuisd om mijn geliefde muziek te spelen. Gelukkig wonen zij hier in Nederland en spelen we als Váradi Gipsy Band in de traditionele bezetting van viool, altviool, contrabas en cymbaal al meer dan tien jaar een eigen repertoire binnen de Hongaarse zigeunermuziek. Vóór het tijdperk van het internet bouwden families hun eigen repertoire op. Het repertoire van de Váradi famillie bevat verborgen schatten die op het oor zijn overgeleverd van de ene generatie naar de volgende.

Nergens in Nederland kun je Hongaarse zigeunermuziek studeren. Op het conservatorium in Rotterdam bij wereldmuziek kun je jazz, flamenco, tango, Turkse muziek en Indiase muziek studeren. Maar geen Hongaarse muziek, terwijl er altijd banden zijn geweest met Nederland.
De muziek is heel rijk en interessant om te leren, en er zijn veel liefhebbers die er graag meer over zouden weten. Maar om sporadisch hier of in Boedapest les te hebben is nogal karig om tot de diepere lagen ervan door te dringen.

Gyuszi, Bandi, Laui, Tomy

Tomy en Gyuszi zijn naast violist en bassist allebei ook uitstekende altviolisten en ze hebben dan ook veel te vertellen hoe de altviool mooi past tussen de hoge en de lage partij.
Toen Bandi nog in Boedapest woonde hebben we veel met z’n drieën gespeeld. Bandi kwam toen alleen over voor optredens en het is fantastisch dat hij nu ook hier in Nederland woont en we met z’n vieren kunnen spelen. Ook kan ik zo fijn pionieren met de altviool als soloinstrument.

Op het laatste concert van onze tournee ‘Boedapest Boulevard 2011’ kreeg ik deze diploma overhandigd. Toevallig was het in dezelfde zaal waar ik mijn eindexamen van het conservatorium had gedaan. Eenmaal thuis heb ik de details van de diploma nog eens goed bekeken en ik moest er erg om lachen en vond het leuk dat ze de moeite genomen hadden voor deze grap.

Op de foto erachter sta ik met het orkest van Lajos Sarközy (helemaal rechts) in het restaurant ‘Karpatia’ in Boedapest. Zijn zoon, ook Lajos Sarközy (links) is inmiddels een eigen orkest begonnen en geldt als een fantastisch talent.
Ik houd van de traditionele stijl van de vader en de veelzijdigheid van de zoon.

Nu zijn we elf jaar bij elkaar als de Váradi Gipsy Band en het is geweldig om met deze originele bezetting te spelen. Hier op een verjaardag in Hotel des îndes in Den Haag, waar al van oudsher Hongaarse zigeunermuziek wordt gespeeld.

Waar het vandaan komt
Altijd als ik ergens speel vragen mensen mij; ‘Hoe ben je bij de Hongaarse zigeunermuziek terecht gekomen?’ Ik ben er zo vanzelfsprekend mee bezig geweest dat ik me soms ook afvraag: ‘Hè, ik ben muzikant geworden, wanneer is dat gebeurd?’

Ik had het al over mijn grootvader die vroeger platen draaide van bijvoorbeeld Sandor Lakatos. Ook mijn moeder, zelf een uitstekende amateurcellist, hield veel van deze muziek. Als er een cymbaal aan te pas kwam was ze meteen van de partij.
Op de foto hiernaast (heel lang geleden) zitten we in het restaurant van Nikos waar toen vaak Hongaarse muziek gespeeld werd.

Daar ontmoette ik de violist Jan Kalkman, en ik vroeg hem wat voor muziek ze speelden, want ik was als die hond uit een reclame; mijn oren floepten omhoog, ik vond het meteen prachtig. Een tijd ging ik iedere week bij Jan eten en dan nam ik een bandje op van zijn platen. We speelden dan ook wat, soms kwam Constant meedoen op het cymbaal dat Jan had staan of op gitaar. Ik had toen geen idee dat Constant een bekende kunstenaar was. Voor mij was hij die aardige man met een hondje. Jan gaf ook feesten waar gespeeld werd en daar hoorde ik Pali Bura, en ik wist niet wat ik hoorde.
Maar het meeste indruk op mij maakte de plaat van Magyari Imre die hij draaide op zijn opwindgrammofoon. Door de grote toeter leek het net of hij in de kamer stond. Jan is helaas overleden maar ik ben er onlangs achter gekomen waar de grammofoon nu is. Ik ben blij dat er goed op gepast wordt en ik hoop nog eens zo’n plaat daarop te horen.

Het werd me duidelijk dat ik deze muziek ook wilde spelen en einde van dit liedje, of misschien het begin, was dat ik op mijn eindexamen van het conservatorium ook Hongaarse zigeunermuziek speelde. Op deze foto  zit mijn moeder vooraan met haar vriendin en daarachter mijn tante Connie en naast haar de bouwer van mijn altviool, Bert Houniet. Op de bas Sanne van Delft.

Overgeslagen stappen

Er zijn nog een aantal overgeslagen stappen tussen de ontmoeting met Jan Kalkman en het eindexamen op het conservatorium, en één daarvan is deze groep. Mijn allereerste band. We speelden hier in de Dominicus kerk in Amsterdam bij het Kerstmaal.

In die tijd ontdekte ik dat de rol van de altviool met de harmoniën en ritmiek behoorlijk gecompliceerd is en vond in Esther Apituley iemand die me meer kon leren over het altviool spelen op zich. Ze heeft me gereedschap aangereikt om te kunnen spelen wat ik het liefste speel; Hongaarse Zigeunermuziek.

Femke, Melanie, Laurens, Suzan en Marijke

Ook heb ik nog een tijd fanatiek met het Ricciotti Ensemble gespeeld. Om in een klassiek orkest te spelen trok me niet erg en daarom zag ik er niet het nut van in om noten te leren lezen. Maar toen ik dit orkest had gehoord, dacht ik: ‘Zo wil ik het wel’.

We speelden buiten, in een park of op een plein, in ziekenhuizen, gevangenissen, verzorgingshuizen en ook gewoon op een podium. Het is natuurlijk handig om muziek te bewaren en met grote groepen te kunnen spelen.

Nu ben ik er blij om, want er is natuurlijk zoveel mooie muziek en is het ook heerlijk om bijvoorbeeld de cantates van Bach te spelen. Het blijft wonderlijk dat hij zo ongelooflijk veel muziek geschreven heeft. En Debussy is mooi en Dvorak en Beethoven en en …….

En in het Ricciotti leerde ik weer mensen kennen waar ik heel lang ook heerlijk mee gespeeld heb. Daarover later meer, maar nu even over het heden:

Het Laurens Moreno Ensemble organiseert:

Vertel het vooral niet verder, maar ik vind Noord-Holland zo mooi. Met de dijkjes die door het land slingeren en met aan weerskanten enorme verschillen in het water niveau. Altijd frisse wind en prachtige luchten. Op school leer je over stolpboerderijen maar wat dat zijn kwam ik deze zomer achter toen ik er een van binnen zag. In de punt is een enorme ruimte waar hooi bewaard kan worden, het huis eronder blijft daardoor lekker warm in de winter.

Het lijkt me leuk om daar met mijn duo met Bandi (altviool-cymbaal) concertjes te geven en te onderzoeken waar het leuk is en daar later eventueel te spelen met een grotere bezetting.

In Avenhorn vond ik een kerkje wat eigenlijk boven het landschap ligt, nog op de originele hoogte. De grond eromheen is of weggegraven of weggezakt. Het ligt heel mooi en al zijn er misschien mooier gerestaureerde kerkjes, ik werd hier ontvangen door een aardige dame die zingt en danst en zich bezig houdt met de verhuur ervan (en de kachel kan lekker aan).

Verspreid door Noord-Holland spelen we in de opmaat naar de lente met het Laurens Moreno Ensemble in de samenstelling Bandi Váradi (cymbaal) en ik op de altviool op een aantal bijzondere plekken.
Bandi is een cimbalist met een buitengewoon delicate manier van spelen. In de Hongaarse zigeunermuziek ontdek ik steeds meer mogelijkheden voor de altviool, die hetzelfde bereik heeft als de menselijke stem en die daar goed bij passen. Samen zijn we op reis om deze te verkennen.
Woon je in de buurt of vind je het ook leuk om de bus te nemen of in de auto te stappen, nodigen we je van harte uit voor een gezellig concert met een drankje in de pauze.

foto: Mikel le Roy

Laatst was ik in het Pianolamuseum bij een concert. En vond daar allerlei romantici, van de musici, de mensen van het museum tot het publiek. Kasper, die daar de pianola’s en de rollen verzamelt, liet me een plaat horen op deze opwindgrammofoon. Hij beweert dat het een hele mooie machine is. Wat zou ik het leuk vinden als het me niet lukt er zelf een te bemachtigen bij een concert daar een plaat van een oude held zoals Magyari Imre te laten horen!

Het is gelukt! Ik heb een mooie oude grammofoon gevonden met een grote hoorn. Ook heb ik een paar zeldzame 78 toeren platen verzameld. Het label hiernaast was de nóta (=Hongaars voor lied) die ik als eerste hoorde op een opwindgrammofoon waar ik zo van onder de indruk was, zeg maar rustig verpletterd:-) Het is net alsof het orkest vlakbij staat. De grammofoon staat nu nog bij de Vereniging ‘De Weergever’.
Nu weer vind ik het magisch om de platen zo te beluisteren en kijk er naar uit om m mee te nemen op de tournee door Noord-Holland. Bandi en ik kunnen dan een eigen versie laten horen van deze muziek.

Het eerste optreden van Bandi op het cymbaal en ik op de altviool is op zondagmiddag 10 februari in Avenhorn. Een charmant kerkje op een heuveltje. Het is ongeveer de enige orginele grond, de rest eromheen is allemaal afgegraven. De turf werd gebruikt als brandstof.
Ik dacht altijd dat alleen veen werd afgegraven in het oosten van het land maar blijkbaar ook in het westen. Wat een gek idee eigenlijk als het land al zo laag ligt. Daarna moest het weer drooggemalen worden om het geschikt te maken voor landbouw.
Het kerkje is niet heel glad gerestaureert, er is bijvoorbeeld een plafond in gemaakt maar een voordeel is wel dat het er lekker warm is.
We nodigen je dan ook uit voor een gezellig concert met een drankje in de pauze.

De grammofoon die ik bij ‘De Weergever’ had gevonden doet ‘t prachtig. Thuis ging ik fijn mijn plaatjes draaien en wond m steeds voorzichtig op. Het is een apparaat dat zonder elektriciteit werkt, met een veer net zoals bijvoorbeeld in een horloge. Hij liep niet helemaal constant. Dus ben ik terug gegaan naar de Weergever om te vragen hoe ik m het best kan behandelen.
De Weergever is een vereniging van liefhebbers die 78 toeren platen (o.a.) verzamelen. Je kunt daar 2 keer in de week terecht om platen te kopen, ruilen, inbrengen of gewoon komen luisteren naar 1 van de 40.000 (±) platen.

De grammofoondokter aldaar vertelde me dat je de veer strak op draait en nu loopt ie goed. Voor iedere plaat moet je een nieuwe naald gebruiken.
De eigenaar van de grammofoon kon er maar moeilijk van scheiden en ik voel me vereerd dat de grammofoon mee op tournee mag.
Als lid kan ik grasduinen in al die oude opnames en vooral mooie opnames van Hongaarse zigeunermuziek wegslepen.
Binnenkort bestaat de vereniging 40 jaar en Bandi en ik gaan ook op het feest spelen. Ik hoop natuurlijk op een opname op een echte 78 toeren plaat!!